Bunsbeek, Watermolen
De Bunsbeekse watermolen,
vroeger Rotelmolen genoemd, staat aan de grote Velpe dicht bij de weg naar
Pamelen en het noorden van de Walmersumstraat. Hij werd reeds in 1356 vermeld.
Zo was er ook ‘t Hof van de Molen, “Rotelmolen“: 1464, 1480, 1602, 1677. De
molen was eigendom van de abdij van Heilissem. Hij kwam in het bezit van het
klooster van Cabbeek tot aan de Franse bezetting. In 1687 was de molen zowat de
voornaamste bron van inkomsten van het klooster.
Men kent ook de namen de Molendino of Vander Molen. In 1356 vindt men de naam Herman de Molindino, van Bunsbeek.
In 1880 was de molen, die werd uitgebaat door M.R. Fillet, eigendom van
Mathieu Janssens. Een zekere Vanschoubroek verwierf de molen even later en
verkocht hem in 1892 aan Remi Vloeberghs. De volgende eigenaar was Judocus
Vloeberghs, die tenslotte werd opgevolgd door zijn zoon Jozef, de laatste
molenaar.
Het gaat hier om een middenslagmolen met 72 schoepen. Van het oorspronkelijke mechanisme is enkel het waterrad overgebleven. Om het gebrek aan water te compenseren maalde men met stoom, die werd opgewekt door een houtvuur. In 1905 schakelde men over op petroleum. Huurder-molenaar Reekmans stapte in 1929 over op stookolie en daarna op mager steenkoolgas. Nog later maalde men naast de wateraandrijving ook op elektriciteit. Het waterrad staat nu al verscheidene jaren stil. De laatste jaren werd enkel nog met hamermolens gemalen voor veevoeder.
In verscheidene delen van het gebouw vindt men nog het jaartal 1752 terug. De grote industriële molens hebben deze kleine molens verdrongen.
Hoewel deze molen nooit nog graan zal malen, zal het inmiddels vernieuwde
molenrad door de huidige eigenaar worden
inge
zet voor de productie
van groene stroom!
bron: Monografie, Glabbeek.


