Zuurbemde
In twee akten van 1209, waarin de kerk van Zuurbemde door het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Tongeren wordt overgedragen aan de abdij van Heilissem, staat vermeld onder de titel “De jure patronatus ecclesie de Zuerbeempden”.
Elders vinden we de schrijfwijzen Surbammet, Surbam, verder nog Surbemth (1209).
latere vindplaatsen:
Suerbeemde: 1249
Surebenda: 1258
Zoerbeemde: 1258
Zoerbemde: 1440
Suurbemde:1599; 1607, 1626-1627, an XIII of 1804
Suerbempden: 1604
Zuerbemden: 1661
Suerbempde: 1845 en 1780
In het dialect zegt men nu nog “Zurrebum”.
De naam is ook in modern Nederlands nog perfect doorzichtig. Hij verwijst naar zure weidegrond (zure beemd), wat duidt op weiden langs de Velpe.
bron: Monografie, Glabbeek


