Het ontstaan van Glabbeek
Het Hageland behoorde onder de Karolingers tot de Pagus Hasbiniensis. In de 10de eeuw duikt het graafschap Brunengeruz op. Dit besloeg een vijftigtal dorpen, waaronder Attenrode, Wever, Bunsbeek, Glabbeek, Zuurbemde en Kapellen. Het graafschap vormde een twistappel tussen de graaf van Leuven en Balderik, de prinsbisschop van Luik. Na een veldslag te Overlaar, tussen Tienen en Hoegaarden, kwam het gebied in 1105 definitief in handen van de graaf van Leuven. In 1106 werd de graaf van Leuven hertog van Brabant en kwam deze streek onder het Hertogdom Brabant, met als grensvesting Zoutleeuw. In de 14de eeuw behoorde Bunsbeek tot de Meierij van Kumtich; Attenrode-Wever, Glabbeek, Zuurbemde en Kapellen behoorden tot de meierij Halen. Deze meierijen stonden onder de Hoofdmeierij van Tienen. De Hoofdmeierij Tienen maakte deel uit van het Kwartier van Leuven, één der vier kwartieren van het Hertogdom Brabant.
Kerkelijk behoorden de parochies tot het bisdom Luik tot in 1559, toen zij door de herschikking van de bisdommen door Filips II van Spanje overgingen naar het bisdom Mechelen. Tot 1559 vormde het grondgebied van de parochies Kersbeek, Kapellen, Glabbeek (waarvan de kapel Zuurbemde afhing), een schiereiland van de dekenij Zoutleeuw in de dekenij Leuven waartoe Attenrode en Wever behoorden. De meeste kerken waren afhankelijk van de Norbertijnenabdij van Opheyllissem - in de meeste gevallen tot aan de Franse bezetting (1793/1815).
Onder het Franse bewind werden deze dorpen ondergebracht bij het “Departement de la Dyle“. Glabbeek werd het 12de kanton van dit departement ingevolge ‘les arrêts du 14 fructidor an III et du 27 frimaire an IV’ (31 augustus 1795 en 18 december 1795).Het kanton bestond uit 21 dorpen. Op “23 vendémiaire an VII" (14 oktober 1797) werd opdracht gegeven 8 scholen op te richten: nl. te Glabbeek, Kiezegem, Lubbeek, Binkom, Kerkom, Bunsbeek, Kersbeek en Oplinter.
Tijdens “ l’an X “ (1801 of 1802) kreeg het kanton Glabbeek een vredegerecht.
De provinciale weg van Tienen naar Diest via Bekkevoort en Assent werd aangelegd tussen de jaren 1837 en 1842. Op 28 mei 1837 besliste de gemeenteraad van Bekkevoort de personenbelasting te verhogen met 2 cent voor de voltooiing van de steenweg Tienen-Diest. De archieven van de Provinciale Technische Dienst der wegen vermelden onteigeningen op 15/8/1840 en een bekrachtigd rooiplan onder Tienen van 18/4/1841. De weg staat getekend en vermeld op de Atlas der Buurtwegen o.a. onder Bunsbeek en Glabbeek, die opgesteld werd tussen 10/8/1841 en de afsluiting ervan in 1845.
Het traject van de buurtspoorweg Tielt-Tienen van de lijn Aarschot-Tienen werd in werking gesteld op 15 september 1898. De lijn kwam door Bunsbeek, Glabbeek en Kapellen en ging dan naar Meensel. Op 16 mei 1953 werd het spoorvervoer vervangen door een autobusdienst.
Op 1 september 1825, onder het Hollands bewind, werden de dorpen, Attenrode en Wever samengevoegd tot één gemeente, evenals Glabbeek en Zuurbemde.
Op 1 januari 1977 werden de dorpen Attenrode-Wever, Bunsbeek, Glabbeek-Zuurbemde, en Kapellen één fusiegemeente: GLABBEEK.
bron: Monografie, Glabbeek


