aaa
rss
Printvriendelijke versie
PDF

Bunsbeek

De oude Romeinse weg van Tienen naar Zichem en Diest noemde men later de Oude Diestseweg. De heirbaan sloot te Tienen aan op de heirbaan van Tongeren naar Elewijt-Asse. Het verloop is als volgt.

In Tienen is het nu de Oude Diestseweg. 
Op de kruising van de huidige Konijnenstraat met de weg Tienen-Diest dwarste de weg dit punt en liep wat westelijk achter de huidige hoeve “ De Barreel” in de richting van weg nr. 22; hij volgde de Lindestraat in Bunsbeek. Via de Berkenweg (weg nr. 16) volgde hij nu de Oude Diestsestraat naar weg nr.13, nu Pepinusfortstraat en een gedeelte van de Meenselbeekstraat. Ter hoogte van de brug over de Velpe ging het verder naar de huidige Kaalveldstraat (onder Glabbeek). 

Op 30 meter ten westen van de kruising van de Heideblokstraat en de Oude Diestsestraat, op het erf van Petrus Vandeput (Heideblokstraat nr.2), werd in juni 1930 een Romeinse vaas met 180 bronzen munten opgegraven.

Volgens de huidige eigenaar steken er nog grondvesten, waarschijnlijk van een Romeinse villa, in de grond. Vroeger was er sprake van een stenen weg “ inter lapideam viam de Pippensvoirt 1283”.

Volgens de overlevering zou Pepijn van Landen - gestorven in 640 - een versterking gehad hebben op Pepinusfort, dat ook gedeeltelijk onder Glabbeek ligt. Sommigen beweren dat er nog grondvesten te vinden zijn in een Glabbeekse weide.

We kennen de meldingen “ prope viam lapideam apud Pippensvoirt : 1669; Pipin vadum” komt voor bij Gilles van Orval (XIII eeuw) “ Vadit ... de Pipini vado usque 
transitum Grimene”. In 1870 noemden men deze weg van Pepinusfort naar Grimde ( Tienen) de Pepinusbaan. We vinden ook : Pippensvoirt : 1225 ; Pyppensvoert : 1340; Pippensvoort : 1495; Pypenvoirt broec : 1403 en onder Glabbeek : Puppensfortbroeck : 1632 en Puppenfoert broec : 1530 .

De naam wijst echter niet op een versterking (een fort), maar op een “voorde” of doortocht over een beek, hier de Velpe. Tot in 1778 was dit de enige overgang over de Velpe. Antonius de Bunsbeke deed in 1204 afstand van de rechten die hij op de kerk van Bunsbeek bezat, samen met zijn broers  Willelmus, Henricus en Arnoldus.

Men citeert ook Walter en Richard van Bunsbeek in 1145-1165; Walter d’Yseren, schepen van Tienen, in 1272; Jan en Henricus. Het gehucht IJzeren ligt tussen Bunsbeek en Tienen : nu onder Tienen. Het waren velden, en het gebied was vele jaren onbewoond. De laatste helling voor Tienen heet nu nog IJzerenberg of Delberg. Van kastelen vindt men geen sporen terug.

Verscheidene heren hadden bezittingen in Bunsbeek, maar hebben er niet gewoond. De heerlijke rechten werden verscheidene malen doorverkocht.

In 1440 waren er vier heren over Bunsbeek : 1. De heer van Bunsbeek : Hendrik van Oyenbrugge, 2. De heer van Oplinter : .... ? , 3. De heer van Boeslinter : Vranken Oliviers en 4. Van St. Marten Vissenaken de abt van Heylissem. Ze benoemden de schepenen.

In 1288 werd Hermanus de Boensbeecke door Jan I, hertog van Brabant, voor de slag van Woeringen tot ridder geslagen.

Op 15/2/1486 werd Jan van Houthem kanselier van Brabant en sinds 15/2/1488 was hij baron van Houthem. Bunsbeek, Sint-Margriete-Houtem en Sint-Martens-Vissenaken werden één heerlijkheid. Hij werd in 1504 in de kerk van Houtem begraven.

Na de slag van Vissenaken op 14 september 1576 bleef Bunsbeek verscheidene jaren onbewoond. In 1599 waren er nog maar 32 bewoonde huizen. In 1605 werd het dorp weer geplunderd.

In 1635 hielden Franse en Staatse troepen lelijk huis in en rond Tienen en de kerkelijke registers werden toen verbrand.

In 1639 stierven 50 personen aan een besmettelijke ziekte: waarschijnlijk de pest of dysenterie. In 1705 werd het dorp samen met de omgeving geplunderd door de troepen van Marlborough hier genoemd “ Malbroek “. Er kwam pas rust na de “ Vrede van Aken “ (18 oktober 1748), die duurde tot de inval der Franse Republikeinse legers in 1793. De gemeenten, Bunsbeek, Sint-Margriete-Houtem en Sint-Martens-Vissenaken bleven samen tot de scheiding op 14 september 1796 onder het Franse bewind en de heerlijkheden werden afgeschaft.

Na de slag van Sint-Margriete-Houtem (18 augustus 1914) werden drie burgers van Bunsbeek door de Duitsers doodgeschoten nadat men ze verplicht had bij het vervoeren der gekwetsten te helpen. In het gehucht Boeslinter werden verscheidene huizen afgebrand wegens zgn. “ Freischützen“, eigenlijk vluchtende Belgische soldaten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Bunsbeek er nog gaaf doorgekomen. In 1944, de nacht voor het weghalen van de kerkklokken, stond op de kerkhofmuur in grote gekalkte letters de voorspelling “ WIE MET DE KLOKKEN SCHIET, WINT DEN OORLOG NIET “. De voorspelling is juist gebleken.

bron: Monografie, Glabbeek

Bookmark and Share