aaa
rss
Printvriendelijke versie
PDF

Kapellen

De streek rond Kapellen hoorde volgens een niet te bevestigen overlevering toe aan Pepijn van Landen en zijn opvolgers. Er zou een verering van Venus geweest zijn op de Venusberg. De Pepijns zouden daartegen een kapel hebben opgericht. De latere kerk van Kapellen werd aan het O-.L-.V-. kapittel van Tongeren overgemaakt. Vanaf 1235 bezat dit kapittel het begevingsrecht en de heffing van 5/6 der tienden van het dorp.
De schepenbank of “Enighe van Kapellen” werd reeds bij Attenrode-Wever vermeld. In 1504 behield hertogin Joanne nog de rechten over dorp en schepenbank. De heerlijke rechten werden later verpand door de hertogen. Op 6/9/1505 kwamen ze onder Siger Claes Amours, die ook onder Glabbeek wordt vermeld. Op 24/4/1506 mocht hij een schepenzegel laten maken.

Door een pandbrief van Keizer Karel van 15 maart 1548 werd Willem van Oyenbrugge ingesteld, in naam en tot profijt van zijn vrouw, Antoinette van der Gracht, met de hoge, middelbare en lagere justitie van de bank van Kapellen met de vier ervan afhankelijke dorpen. In 1550 kwamen de heerlijke rechten over deze dorpen terug aan de keizer.

Op 17 augustus 1626 kwamen deze rechten met jacht- en visrecht, vogelvangst, boeteheffing, erfenis en goederen van bastaarden aan Catherina van Schore, vrouwe van Zuurbemde voor 2400 ponden. In 1689 verkocht men de rechten over de andere dorpen verder; Kapellen bleef echter aan Roger-Walter Van der Noot. Deze verkocht dit gebied aan Charles Van den Berghe, sergeant-majoor der cavalerie, op 7 juli 1700. Hij was tot graaf benoemd op 7 juli 1694. Frans Jozef Van den Berghe volgde hem op.

Kapellen was in 1592 totaal onbewoond tengevolge van de Tachtigjarige Oorlog. Er is geen enkele aanduiding dat voornoemde heren ooit in Kapellen verbleven hebben.

De abdij van Vlierbeek bezat in Kapellen een hoeve met 11 bunder grond, 1 bunder 2 dagmalen weide en het recht op de vierde schoof van de tienden op 7 bunders.

De abdij van Tongerlo bezat 14,5 bunders bos. Hiervan werden 9,5 bunders verkocht aan J. Ten Cate uit Amsterdam voor 400.000 pond “ le 24 vendemiaire an VI “ of 15 oktober 1797.

Van 1604 tot 1609 stond de kerk vol met meubelen van de bevolking. Dit was in vele dorpen de gewoonte bij troebelen. In 1653, 5 jaar na de “Vrede van Munster”, was dit trouwens nogmaals het geval in Kapellen tengevolge van plunderingen door in de omgeving gelegerde troepen van de hertog van Lorreinen.

De eigenaars van 4/5 van het dorp beweerden ontslagen te zijn van het betalen der tienden aan het Tongers kapittel : daarom stonden ze hun rechten af aan de pastoor. In 1779 werd dit terug door 72 families aangevochten tegenover Pastoor Stas, toen hij de tienden eiste van de weduwe Vicca.

In 1789 betwistten deze pastoor, alsook de meier, de schepenen, de kerkmeesters en armenmeesters aan Louis Cluckers, secretaris van Kapellen, het recht aan het beheer der goederen van het kerkfabriek en de “Tafel van de h. Geest” deel te nemen. Ze werden echter op 21 juli 1787 in het ongelijk gesteld door de raad van Brabant.

Gerard Vicca herbouwde het “ Guldenhuys”, op voorwaarde aan de kerk te betalen : 500 florijnen, aan de O-.L-.V-. gilde : 240 florijnen en ook alle jaren 30 duiten en een ton goed bier (10 maart 1742). Op 27 februari 1747 betaalde hij nog 500 florijnen aan de kerk maar niets meer aan de gilde.

Tijdens WO I, in augustus 1914, werden in Kapellen 2 personen gedood, vier woningen afgebrand en de windmolen in brand geschoten. Vier soldaten vielen tijdens deze oorlog.

Guillaume Heroes of “Jomme” was molenaar en vooral kosteloze gelegenheidstechnicus op hulpaanvraag. Hij deed ‘allround’ mechanische experimenten van 1920 tot de jaren ‘40. Jomme was een bekend figuur met veel fantasie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij door de Duitsers aangehouden en verbleef een tijd in een concentratiekamp. Bij zijn terugkeer na de oorlog werd hij geestdriftig onthaald. Verscheidene weerstanders uit Kapellen waren zeer actief bij het opeisen in alle omringende gemeenten van bevoorradingszegels voor de ondergedokenen.

 Vele Kapellenaren zijn in de omgeving bekend voor hun “Uilenspiegeliaanse gezegden”.

bron: Monografie, Glabbeek

Bookmark and Share