Gilden
De schuttersgilden
Naast de vroegere schutterijen, die een militair doel hadden, waren er ook schuttersgilden, die vermaak als hoofddoelstelling hadden. Hier ging het om handbooggilden. Op een bepaalde dag en uur werd naar de koningsvogel geschoten. Wie de “hoofdvogel” had afgeschoten was “koning”, mocht de ketting dragen en een zilveren plaat met zijn naam aan de ketting met de “koningsvogel” hangen. De ketting noemde men "braak”, de platen “breuken”. De hoofdgilde van Leuven verleende in onze streken meestal de toelating tot oprichting door de “caerte “ of reglement.
Sint Sebastiaan was de patroon van de schuttersgilden. Dit mag voor de hedendaagse mens wat cynisch overkomen, vermits hij traditioneel wordt afgebeeld als schietschijf en niet als schutter. In heel wat kerken vindt men nog zijn beeld, met pijlen doorzeefd en aan een boom gebonden.
Rederijkerskamers
Ook een Sint-Ambrosiusgilde bestond in vele gemeenten. Het was een soort “Caemer van Rethorycke”, waarvan de leden zich wijdden aan dichten en toneelspel. De patroon is afgebeeld met een bijenkorf. Hij was namelijk ook patroon van de imkers.
bron: Monografie, Glabbeek


