Tot juist na de Eerste Wereldoorlog waren de 4 gemeenten: Bunsbeek, Attenrode-Wever, Glabbeek-Zuurbemde en Kapellen zoals elders in het Hageland in duidelijk aparte gehuchten verdeeld.
De lintbebouwing nam door de bevolkingsaangroei tot in 1940 toe. Na 1945 en vooral na 1950 kwam er veel nieuwbouw en uitbreiding. Die was nodig, maar men heeft door gebrek aan ruimtelijke ordening in zekere mate wildgroei toegelaten op landelijke hoekjes en langs nog onverharde wegen.
De beruchte Hagelandse wegen zijn na de Tweede Wereldoorlog enorm verbeterd (verbinding met de gehuchten en naburige dorpen).
De meeste dorpskernen zijn nog altijd dichter bewoond dan de andere delen. Zeker onbebouwde ruimten tussen dorpen en gehuchten zijn nog gedeeltelijk te herkennen. In Bunsbeek vloeien de gehuchten Dorp, Boeslinter en Pepinusfort sterk naar elkaar toe. Pamelen en Schaffelberg zijn ook nog wat afgescheiden. Gelukkig houden we op die manier nog wat open landschappen over.
bron: Monografie, Glabbeek.