77 jaar geleden in de nacht van 5 op 6 augustus 1941 crashte een Britse bommenwerper in Zuurbemde

Publicatiedatum: 5/08/18

De eerste vliegtuigcrashin Glabbeek gebeurde in de nacht van 5 op 6 augustus 1941 rond 1.35 uur. De Britse bommenwerper Vickers Wellington R1471 (code KO-T) van het 115de RAF squadron crashte toen in Zuurbemde. De piloot, Flight Lieutenant F.L. Litchfield, en zijn vijf bemanningsleden waren om 22.47 uur opgestegen in Marham (Norfolk, Engeland) en waren onderweg naar Mannheim bij Karlsruhe onder Frankfurt, om er een bommentapijt uit te gooien. De Wellington was een tweemotorige bommenwerper die tijdens de oorlog vooral als nachtbommenwerper gebruikt werd. In Brustem bij Sint Truiden hadden de Duitsers een vliegveld, waar nachtjagers van het 1ste Staffel opstegen om nachtbommenwerpers aan te vallen. Iets na een uur die nacht schoot piloot Luitenant Hans Joachim Redlich van de Duitse Luftwaffe de Engelse bommenwerper boven Glabbeek neer. De piloot schakelde alle motoren en elektriciteit uit om het brandgevaar bij de crash te verminderen, trachtte nog in glijvlucht zijn vliegtuig aan de grond te zetten, maar raakte tijdens de noodlanding enkele bomen in een bos in Zuurbemde en stortte neer in de achterliggende weide.

De bemanning

Piloot: Flight Lieutenant Frederick Lorne Lichtfield (Croydon – Verenigd Koninkrijk) // 2de piloot: Flight Sergeant Richard Hanmer Hilton-Jones (Wales –Verenigd Koninkrijk) // Sergeant Donald Arthur Boutle (Verenigd Koninkrijk) // Sergeant Alexander Scott Lawson (Schotland – Verenigd Koninkrijk) // Sergeant Edward Frank Lambert (Norfolk – Verenigd Koninkrijk) // Sergeant James Ian Bradley Walker (Nieuw Zeeland)

De gewonden en hun helpers

De gewonde bemanningsleden van de Wellington werden in het huis van Frans en Bertha Harry-Willems in de Kersbeekstraat nr. 5 te Glabbeek-Zuurbemde binnengebracht en kregen er de eerste zorgen toegediend. Piloot Frederick Litchfield, tweede piloot  Richard Hilton Jones en sergeant Edward Lambert waren zo goed als ongedeerd. De drie andere sergeanten hadden minder geluk. Donald Boutle was het zwaarst gekwetst; hij had een schedelbreuk en was buiten bewustzijn en er werd voor zijn leven gevreesd. Daarom kreeg hij door pastoor Van Maegdenberg de laatste sacramenten toegediend. James Walker had een zware beenbreuk onder de knie en Alexander Lawson was zwaar gewond in het aangezicht. Een handgeschreven document van de Glabbeekse dokter Eugene Homans geeft ons een duidelijk zicht op wat er die nacht precies gebeurd was met de zes inzittenden van de gecrashte bommenwerper.  Het was Jules Vangramberen die dokter Eugene Homans die nacht, op vraag van burgemeester Victor Mertens, kwam halen om op de plaats van de crash de gewonden te verzorgen. Dokter Homans schrijft over drie gewonden, die op geïmproviseerde brancards naar het dichtstbijzijnde huis werden gebracht. Hij bracht uren door bij de gewonde militairen en verzorgde hun wonden. Aan de zwaarst gekwetsten diende hij morfine toe. Volgens een ooggetuigenis van Georgette Depré, een jong meisje dat in de buurt woonde en die ter plaatse ging kijken, zou het verzet snel ter plaatse geweest zijn. Schoolmeester Maurice Vanhemelen zorgde voor burgerkleding voor de Engelse militairen, maar voor de gewonden was het onbegonnen werk om hen om te kleden. De bemanning heeft ook nog tevergeefs geprobeerd om het toestel in brand te steken om het zo uit handen van de Duitsers te houden. Het verzet kreeg de zes Engelsen niet tijdig weg en ze werden door de Duitsers gevangen genomen. Door het toedoen van de dorpsdokter en de burgemeester werden de gewonden naar het ziekenhuis in Leuven gebracht. De Duitsers hebben het neergestorte vliegtuig gedemonteerd en voor onderzoek meegenomen. Er zijn na de oorlog meerdere brieven tussen Glabbeek en Engeland heen en weer gestuurd tussen de helpers en de slachtoffers van deze crash.

Gevangenschap

Na verzorging in het hospitaal in Leuven en nadien in het ziekenhuis Instituut Bordet in Brussel werden de gewonde bemanningsleden als krijgsgevangenen naar Duitse kampen in Polen en Litouwen gebracht. De zes inzittenden van deze vliegtuigcrash in Glabbeek kregen allen op het einde van de oorlog de oorlogsdecoraties ‘War Medal’ en ‘Campaign Star’. In het dagboek van Sergeant Donald Boutle ontdekten we een verslag over zijn verblijf in de ziekenhuizen en de strafkampen. Op 16 april 1945 werd hij bevrijd en op 24 april 1945 was hij terug thuis in Engeland. Angela Walker schreef over de oorlogsverhalen van haar vader, James Walker, het boek “From Battle of Britain Airman to PoW Escapee”. Sergeant James Walker overleefde maar liefst drie crashes en ontsnapte acht dagen uit een krijgsgevangenkamp. In het jaar 2000 bracht hij op zijn 80ste nog een bezoek aan het hospitaal in Leuven, waar hij persoonlijk de zusters kwam bedanken voor de goede zorgen in 1941.

Meer info https://www.vensteropglabbeek.be/nl/node/188

Deel deze pagina
Afdrukken