Milieuvergunningen
Milieu
| Grotestraat 33 |
| 3380 Glabbeek |
| T 016/77.29.34 |
| F 016/77.18.38 |
| Lieve Uytterhoeven |
| milieu@glabbeek.be |
Wie een bedrijf wil uitbaten, moet over een milieuvergunning beschikken. De reglementering over de vergunningsplicht staat in het Vlaams Reglement voor Milieuvergunningen, afgekort Vlarem I. De voorwaarden waaraan een exploitant moet voldoen, vindt men terug in het Besluit van de Vlaamse Regering houdende Algemene en Sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, afgekort Vlarem II.
Vlarem I bevat als bijlage de lijst van ‘als hinderlijk beschouwde inrichtingen’. Naargelang de veronderstelde hinder zijn de activiteiten in drie klassen ingedeeld. Deze indeling in klassen is gebaseerd op de aard van de inrichting, het vermogen van de toestellen of het volume van de opgeslagen of verwerkte producten.
- Klasse 3: deze inrichtingen worden als de minst hinderlijke beschouwd. Om deze reden hoeven ze dus niet te worden vergund, maar volstaat een voorafgaande melding aan het College van Burgemeester en Schepenen. De dag na de melding mag de exploitatie worden aangevat.
- Klasse 2: De exploitant van een inrichting van deze klasse dient te beschikken over een milieuvergunning. Aanvragen moeten worden ingediend bij het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente waarin de inrichting zich bevindt.
- Klasse 1: Dit zijn de grotere bedrijven. Vanzelfsprekend dienen ook zij over een milieuvergunning te beschikken. De aanvragen dienen gericht te worden aan de Bestendige Deputatie van de provincie waarin de inrichting zich bevindt.
De exploitatie van een bedrijf mag pas worden aangevat na ontvangst van de definitieve milieuvergunning. De beslissing over een milieuvergunningsaanvraag wordt normaal genomen binnen een termijn van drie maanden voor een klasse 2 inrichting, en vier maanden voor een klasse 1 inrichting.
De milieuvergunning doet geen afbreuk aan de bouwvergunning. Beide vergunningen zijn aan elkaar gekoppeld in die zin dat de ene vergunning pas rechtsgeldig wordt als ook de andere definitief is toegekend.
U kan de gecoördineerde Vlarem-reglementering vinden op
www.mina.vlaanderen.be of
ondernemen.vlaanderen.be
Op deze laatste site vindt u heel wat praktische informatie en hulpmiddelen,
zoals de aanvraagformulieren die u moet gebruiken en een beschrijving van de te
volgen procedure.
Voor meer informatie kan u steeds terecht bij de gemeentelijke milieudienst van Glabbeek.
Voor informatie over klasse 1 bedrijven kan u ook terecht bij volgende afdelingen van AMINAL:
- Afdeling Milieuvergunningen Waaistraat 1 3000 Leuven tel 016/21.11.00
- Afdeling Milieu-inspectie Waaistraat 1 3000 Leuven tel 016/21.11.50
Algemene informatie over milieuvergunningen en verplichtingen of initiatieven
van bedrijven op het vlak van milieu vindt u ook bij de volgende instanties:
VLAO Vlaams-Brabant,
www.vlao.be, Jeroen Heyman,
016/31.10.53,
jeroen.heyman@vlao.be
Kamer van Handel en Nijverheid,
www.voka.be/leuven,
016/22.26.89
______________________________________________________________________________________________________________________________________________
ROOIEN VAN BOMEN
Wettelijke bepalingen:
Elke inwoner van Vlaanderen heeft de plicht om te zorgen voor de
natuur. Met andere woorden: bij elke handeling moet iedere inwoner ervoor zorgen
dat er geen natuurelementen vernietigd worden, en dat schade aan de natuur
voorkomen of hersteld wordt.
Ondanks de toegenomen aandacht voor de natuur, worden steeds meer dieren en
planten zeldzaam in Vlaanderen. Ook halfnatuurlijke landschappen worden steeds
zeldzamer. Het decreet op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu werd daarom
aangepast. Vanaf 10 oktober 1998 wordt de wijziging van vegetaties (dit zijn
alle gewassen, behalve cultuurgewassen) en kleine landschapselementen geregeld
via verboden en vergunnings- of meldingsplicht. Wie voortaan vegetaties of
kleine landschapselementen (hagen, holle wegen, poelen, houtkanten, bomenrijen,
alleenstaande bomen, ...) wil wijzigen, moet weten dat er een verbod kan rusten
op die handeling of dat er een natuurvergunning of een bouwvergunning moet
worden aangevraagd of een melding gebeuren.
Welke aanvraag moet ik doen?
De natuurvergunningsplicht geldt voor vegetaties in bepaalde gebieden
en voor een reeks kleine landschapselementen. Deze kleine landschapselementen
zijn: houtachtige beplantingen, heggen, hagen, houtkanten, houtwallen,
bomenrijen, hoogstamboomgaarden, bermen van wegen, spoorwegen en waterwegen.
De bouwvergunning geldt voor het kappen van bomen.
Hoe aanvragen?
Een natuurvergunning en een bouwvergunning worden aangevraagd bij
het gemeentebestuur.
Op voorwaarde dat aan de zorgplicht is voldaan, zijn sommige werken vrij van
verbod of vergunning. Het betreft werken in woon- en industriegebieden (volgens
het gewestplan) binnen een straal van 100m rondom een vergunde woning of
bedrijfsgebouw. In deze gebieden blijft echter het gemeentelijk kapreglement van
toepassing.
Aanvraagformulieren?
U kunt steeds terecht bij de milieudienst in het gemeentehuis voor
het bekomen van de nodige aanvraagformulieren. Afhankelijk van de inkleuring op
het gewestplan en afhankelijk van de handeling die u wenst uit te voeren zal uw
aanvraag behandeld worden in het kader van het natuurdecreet of volgens het
gemeentelijk kapreglement.
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________
AANPLANTINGEN VAN BOMEN
Je had het misschien niet verwacht, maar voor het aanplanten van bomen heb je tot op heden nog geen vergunning nodig. Althans zolang je niet de intentie hebt om een bos aan te planten.
Wil je een perceel bebossen, dan heb je wel een vergunning nodig. Deze kan je heel eenvoudig aanvragen door een schrijven te richten aan het College van Burgemeester en Schepenen waarin je duidelijk aangeeft welke perceel je wenst te bebossen, en welke boomsoorten zullen worden aangeplant.
Voor aanplantingen dien je wel een aantal afstandregels te respecteren. Niet gemene hagen moeten op 50 cm van de perceelsgrens worden geplaatst. Deze hagen mogen maximaal 170 cm hoog worden. Hagen die hoger zijn dan 170 cm en hoogstambomen moeten aangeplant worden op minstens 2 meter van de perceelsgrens. Bij hoogstambomen is het vaak aangeraden om zelfs een grotere plantafstand te respecteren. De bomen mogen immers geen hinder veroorzaken voor de aangrenzende eigenaars.
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________


