Herdenkingsrede Burgemeester op Glabbeek Herdenkt - 11 november 2016

Publicatiedatum: 14/11/16

Geachte vertegenwoordiger van de militaire Provinciecommandant,
Dear representatives of the ambassador of the United Kingdom and Australia,
Eerwaarde heer priester,
Geachte collega’s van het schepencollege, gemeenteraad en OCMW-Raad,
Geachte Ere-Burgemeester en Ere-schepenen,
Geachte leden van de kindergemeenteraad,
Waarde familieleden van slachtoffers,
I especially welcome in our town, all the family members of the victims of the Lancastercrash.
Beste inwoners,

Ter nagedachtenis van al diegenen die door het oorlogsleed getroffen werden, organiseren wij vandaag als gemeentebestuur deze plechtige herdenking.

In memory of all the victims of war violence, we organize today as local authority this ceremonial commemoration.

Op vijf locaties in onze gemeente doen we vandaag de inhuldiging van herdenkingsborden om onze lokale geschiedenis te laten verder leven bij de huidige en toekomstige generaties. Aan de kapel van Boeslinter in deelgemeente Bunsbeek plaatsten we een herdenkingsbord voor de Witte Brigade van Bunsbeek. Aan de gemeentelijke site in de Steenbergenstraat plaatsten we een herdenkingsbord ter herinnering aan het hulpvliegveld 16 tijdens WO II in onze gemeente. En aan de kerken van Kapellen en Zuurbemde plaatsten we een herdenkingsbord voor twee slachtoffers uit onze gemeente die omkwamen tijdens de vliegtuigcrash bij de onafhankelijkheid van Congo. En na deze viering huldigen we op het kerkhof van deze kerk een herdenkingsbord in voor alle slachtoffers uit Attenrode die omkwamen tijdens WO I en WO II.

Eerste schepen Kris Vanwinkelen zal in zijn inleiding van de evocatie na deze herdenkingsviering dieper ingaan op de slachtoffers uit deze deelgemeente. We herdenken niet alleen de militairen uit Attenrode die sneuvelden op het slagveld, maar ook de burgerslachtoffers die de oorlogen niet overleefden, enkel doordat ze op de verkeerde dag op de verkeerde plaats waren.

We gedenken vandaag voor het eerst in het bijzonder twee militairen uit onze gemeente die omkwamen in de nadagen van de onafhankelijkheid van Congo in 1960, tijdens één van de zwaarste ongevallen uit de geschiedenis van de Belgische luchtmacht. In het kader van Operatie Tembloux vertrok op 19 juli 1960 het Belgisch vliegtuig C-119 Flying Boxcar CP-36 van het vliegveld Usumbura naar Bunia om assistentie te verlenen aan de Belgische para-commando’s. Het vliegtuig stortte om 13u45 lokale tijd neer in Oost-Congo te Sake-Massisi/Bibatama, 75 kilometer ten noorden van Goma in de Kivustreek. De oorzaak van de crash werd toegeschreven aan motorproblemen in slechte weersomstandigheden. Aan boord bevonden zich een vijfkoppige bemanning van de 15de Wing en een peloton van 40 manschappen van de 3de Marscompagnie en miliciens van de 10de Wing Jachtbommenwerpers uit Kleine-Brogel. Het ongeval maakte 41 slachtoffers, twee van hen waren jonge miliciens uit Glabbeek. De 20-jarige korporaal Joseph Frans Toussaint uit Glabbeek-Zuurbemde en de 20-jarige soldaat Renatus Vanhove uit deelgemeente Kapellen kwamen om tijdens deze crash. Door dit zware bilan behoort de vliegtuigcrash in Sake-Masisi tot één van de drie zwaarste catastrofen uit de geschiedenis van de Belgische luchtmacht. Ter nagedachtenis en uit respect voor deze twee inwoners laten we met herdenkingsborden op de kerkhoven van Kapellen en Zuurbemde hun tragisch verhaal vanaf nu ook verder leven bij de toekomstige generaties.

Geachte aanwezigen,

Op deze herdenkingsdag gaan we als gemeente vandaag nog een stap verder dan het organiseren van een herdenkingsviering en het inhuldigen van herdenkingsborden. Tijdens WO II waren er maar liefst drie vliegtuigcrashes in onze gemeente. Eén vliegtuigcrash in deelgemeente Bunsbeek is bijzonder omdat het vliegtuig en meerdere bemanningsleden nooit eerder werden geborgen. Vandaag op de symbolische dag van 11 november is eindelijk na 71 jaar de opgraving van het vliegtuigwrak en de berging van alle slachtoffers van start gegaan.

One of the three airplancrashes in our town during World War II is very special because the airplane and the crew where never secured. Today on this symbolic day of november eleventh, after 71 years, the excavation of the Lancaster NN775 and his crew started.  

De enige mogelijkheid van de Britse luchtmacht RAF om de Duitse vijand te treffen van het begin tot het einde van de Tweede Wereldoorlog was door formaties bommenwerpers industriële sites te laten vernietigen – strategische oorlogsvoering, zoals dat heet. Daarom werd één tak van de Royal Air Force enorm uitgebouwd wat de naam RAF Bomber Command kreeg. De omvang van het hele opzet is vandaag nauwelijks te vatten: geschat wordt dat één miljoen mensen gedurende die vijf jaar oorlog actief waren in het Bomber Command. Het Bomber Command verloor in 5 jaar oorlog 55.000 jonge militairen. De Lancaster die in de Pamelenstraat van onze gemeente neerkwam had het serienummer NN775 toen hij de fabriek Austin Motors verliet.

Ik wil vandaag in mijn herdenkingsrede niet alleen het militair verhaal brengen van de vliegtuigcrash van de Britse bommenwerper Lancaster NN775, maar vooral het menselijk verhaal van de zeven bemanningsleden van het 514de RAF Bomber Command Squadron die op 5 maart 1945 om 15u in een weide in de Pamelenstraat in deelgemeente Bunsbeek crashten en stierven.

De vliegcrew van de Lancaster NN775 stond onder leiding van de 23-jarige Flying Officer Holman Kerr, een Noord-Ier. De navigator was de 21-jarige joodse Flight Sergeant Sidney Smith. De 20-jarige Sergeant Christopher Hogg uit Birmingham bemande de rugkoepel. De 20-jarige Sergeant William Marsden uit Lancashire was de boordtechnieker. En van de bommenrichter Frank Clarke is op dit moment nog het minste geweten. Deze vijf bemanningsleden waren afkomstig van het Verenigd Koninkrijk en er waren er nog twee die van veel verder kwamen. De 18-jarige Australische Flight Sergeant Allan Olsen vertrok in oktober 1942 vanuit het rekruteringskantoor van zijn geboortestad Toowoomba, in het Australische Queensland met een schip dat hem naar de andere kant van de aarde bracht. In Canada werd hij opgeleid tot radiotelegrafist en boordschutter. En het zevende bemanningslid was de 23-jarige Sergeant Herbert Thomas die afkomstig was uit Jamaica. Hij bemande de schietkoepel in de staart van het 21 meter lange vliegtuig.

I especially welcome today, the family members of Sidney Smith, Christopher Hogg and a familyfriend of Holman Kerr. Dear family welcome in our town.

Het was tijdens hun opleiding in Canada waar deze 7 jonge mannen elkaar leerden kennen. Bij hun aankomst bij het 514de Squadron op de vliegbasis van Waterbeach in Engeland werden de zeven niet meteen operationeel ingezet. Raadpleging van de dagboeken van het smaldeel leert ons dat hun opdrachten pas begonnen met een eerste operatie op 18 februari 1945. Hun zevende en laatste missie begon op de ochtend van de fatale dag 5 maart 1945. Die dag stegen ze op in het Engelse Waterbeach Cambridge met 169 andere bommenwerpers en was hun doel Gelsenkirchen in Duitsland voor een aanval op een benzineraffinaderij. Die dag om 10u35 vertrok de Lancaster NN775 op de startbaan van de militaire luchthaven Waterbeach. Alle vliegtuigen stegen op met een interval van één minuut omdat het klimmen in de lucht met 5000 kilo bommen en nog eens zoveel brandstof zeer moeizaam ging. Pas boven de Noordzee werd de formatie van de 170 bommenwerpers richting Gelsenkirchen gevormd.

Al een maand lang stond op het einde van de oorlog in 1945 het geluk aan de zijde van het 514de Squadron, want geen enkele bommenwerper ging verloren. De Duitse tegenstander zat op de knieën, de oorlog zou bovendien niet zo heel lang meer duren. Gelsenkirchen zou men na 2,5 uur vliegen bereiken en de terugtocht zou minder dan twee uur duren. Op 5 maart 1945 beet de Duitse luchtafweer die dag fors van zich af waardoor twee toestellen beschadigd naar Waterbeach terugkeerden. De bemanningen rapporteerden ook dat ze zagen hoe één bommenwerper neergehaald werd boven het doelgebied en vermoedelijk werd ook de Lancaster NN775 geraakt door vijandelijk vuur waardoor het nadien in Bunsbeek crashte.

De dagen nadien stuurden de telegrafen berichten naar de familieleden op vier adressen in Groot-Brittannië, één in Noord-Ierland, één in Australië en nog een laatste naar Jamaica met de boodschap “Regret to inform you that your son is missing” met als slotzin “Van zodra we meer informatie hebben, wordt u onverwijld ingelicht.”

Kort na de crash arriveerde een Brits team op de locatie van de crash in Bunsbeek en al snel werd duidelijk dat er niet veel zichtbaar nog overbleef van het vliegtuigwrak dat in de drassige ondergrond was gezakt. Enkele weken later was alle hoop geweken toen een onderzoeksteam in de koude modder ploeterde, zoekende naar de bemanning. Het resultaat waren enkel niet- herkenbare schamele overblijfselen, met hier en daar een kledingstuk met een naam zoals die van Frank Clarke, Sidney Smith, Christopher Hogg en Allan Olsen.

Vader Olsen nam geen vrede met dit vreselijke nieuws en op 28 juli 1945 stuurde hij een brief naar het Ministerie van Defensie: “Al vijf maand is mijn zoon vermist. Hij kreeg een brief van een moeder van één van de andere bemanningsleden uit Engeland, gedateerd 3 april 1945, nauwelijks een maand nadat het vliegtuig verondersteld was neergestort te zijn in België. Zij vertelde hem dat vier jongens van de bemanning gevonden waren, waarvan twee geïdentificeerd werden en twee nog onbekend zijn. Zij hoopte dat zijn zoon ontsnapt zou zijn aangezien er nog steeds geen bewijs is van de dood van de overige drie…”

Een jaar later op 23 maart 1946 keerde een gespecialiseerd team terug naar de Pamelenstraat en werd er opnieuw een poging ondernomen om alle lichamen te bergen, maar zonder resultaat. Squadron Leader Clowes, die de taak had alle crashplaatsen te bezoeken waar nog vraagtekens waren omtrent het lot van de bemanning, schreef : “Er blijft niks over op de plaats van de crash, enkel een kuil van zes op twee meter, vol water.

De lichamen die wel gevonden waren werden intussen begraven in de tuin van het militair hospitaal van Heverlee, onder een kruis met de vermelding “Bomber crew (perhaps 5) Killed 5-3-45”. De zeven families moesten vrede nemen met het feit dat hun zoon nooit zou terugkeren. Een grafsteen op de intussen als militaire begraafplaats ingerichte site in Heverlee, zou hun lot definitief bezegelen. In het register zijn de zeven stenen evenwel één collectief graf.

Het verhaal van de NN775 was er voor de families van de slachtoffers één met vele vraagtekens. Uit respect voor deze soldaten die mee gestreden hebben voor de vrijheden die wij allen vandaag kennen start het gemeentebestuur vandaag na 71 jaar dankzij het grondige opzoekwerk de voorbije jaren door Ben Cleynen en André Bruyninckx uit Bunsbeek met de opgraving van het vliegtuigwrak en de berging van de voltallige bemanning op deze symbolische dag. 11 november is bovendien de verjaardag van Allan Olson die vandaag zijn 93ste verjaardag zou gevierd hebben. Ondanks zijn verwoede pogingen meer te ontdekken over het lot van zijn zoon kan vader Olsen spijtig genoeg deze dag niet meer meemaken, maar uit respect voor deze slachtoffers voltooid de gemeente Glabbeek de zoektocht naar de slachtoffers spijtig genoeg 71 jaar te laat. Met veel eer en respect zullen we hen naar hun laatste rustplaats op het militair kerkhof van Heverlee brengen. Ik ben als burgemeester dan ook enorm verheugd over de aanwezigheid van officiële vertegenwoordigers van het Verenigd Koninkrijk en Australië.

Dear Representatives of the United Kingdom and Australia,
After 71 years, we bring your compatriots, for whom we have the greatest honor and gratitude, to their final resting place. But also, the archeological scientific research on the crash location is “of the most importance” and will after so many years give answers to the many questions that the surviving relative’s of the 7 crew members certainly will have.
Aswers where every surviving relative is entitled to.

After the national hymnes I will gladly give the floor to Mister Jeff Temple, the cousin of Mister Sidney Smith, one of the victims.

Tot slot van mijn herdenkingsrede wil ik eindigen door in het bijzonder in gedachte te zijn bij alle slachtoffers van de vele oorlogen en conflicten overal ter wereld. Het is daarom onze democratische en menselijke plicht dat we zorgen dat ook zij die na ons komen, achterom kijken en lessen trekken.

It is our political, democratic and human duty, to make sure that all future generations will never forget what kind of suffering war violence can bring to a nation and his people.

De geschiedenis moet voor onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen een waarschuwing zijn voor de gevolgen van oorlogsgeweld. Deze verhalen zijn een waarschuwing voor de gevolgen van totalitarisme en extremisme. Net hier ligt daarom een belangrijke taak weggelegd voor ons als gemeentelijke overheid om te blijven investeren in herinneringseducatie en in goed onderwijs.

Ik dank U.

Deel deze pagina
Afdrukken